Met hartkatheterisatie kan men de kransslagaderen, de aorta (lichaamsslagader) en de verschillende hartholten onderzoeken. Een katheter is een dun buigzaam slangetje, buisje of draad waarmee verschillende soorten onderzoeken en behandelingen worden verricht.

Via een ader of slagader in de lies, bovenarm of pols (soms ook via de hals) wordt de katheter in het lichaam ingebracht en opgevoerd naar het hart. Afhankelijk van welk deel van het hart de arts wil onderzoeken, kiest deze voor een ader of slagader.

Soorten katheters
Er zijn verschillende soorten katheters met elk hun eigen functie.

Een holle katheter wordt gebruikt om de bloeddruk in het hart te meten. Hiermee krijgt men een indruk van de werking van de hartkleppen en het functioneren van de hartspier.
Ook wordt deze katheter gebruikt om een vloeistof in het hart te spuiten.

Een elektrodenkatheter wordt gebruikt om de elektrische activiteit (hartritme)van het hart te meten of om elektrische prikkels naar het hart te sturen. Dit noemt men een elektrofysiologisch onderzoek. Dit wordt toegepast bij hartritmestoornissen.

Hartkatheterisatie wordt het meest gebruikt voor het zichtbaar maken van afwijkingen (vernauwingen) aan de kransslagaders. Dit noemt men coronairangiografie. De kransslagaders worden gevuld met contrastmiddel, zodat men gedurende korte tijd (enkele tientallen seconden) de inhoud van de kransslagaders kan filmen. Het gebruikte contrastmiddel wordt met de bloedbaan afgevoerd en uitgescheiden met de urine.

Het onderzoek
Een katheterisatie vindt plaats in de katheterisatiekamer. De cardioloog kan met behulp van röntgenapparatuur de loop van de katheters volgen en de gegevens op film vastleggen.
Voorafgaand aan het onderzoek mag men twee tot drie uur niet eten. Voor het inbrengen van de katheter wordt de huid verdoofd op de plaats waar het sneetje wordt gemaakt.
Via de katheter spuit de cardioloog een contrastvloeistof in de hartholten en in de kransslagaders. Op het moment dat er een afbeelding wordt gemaakt, vraagt de cardioloog de patiënt om even de adem in te houden.

Na afloop van het onderzoek wordt het prikgat in de (slag)ader een tijdje stevig aangedrukt, waarna men een drukverband plaatst dat enkele uren moet blijven zitten. Soms gebruikt men een 'angioseal' een soort dopje dat vanzelf in de (slag)ader en de huid oplost. Bij katheterisatie in de lies moet de patiënt na afloop van het onderzoek nog enkele uren plat blijven liggen.

Een hartkatheterisatie duurt gemiddeld een tot anderhalf uur en wordt meestal uitgevoerd tijdens een dagbehandeling.