Een elektrofysiologisch onderzoek (EFO) is een onderzoek waarbij hartritmestoornissen kunstmatig worden opgewekt en beoordeeld. Het doel hiervan is om informatie te krijgen over de soort ritmestoornis en de plaats waar deze ritmestoornis in het hart ontstaat.

Ook kan men bekijken of de behandeling met medicijnen goed werkt. Een EFO heeft diverse doelen die van persoon tot persoon kunnen verschillen.

Het onderzoek
Bij een EFO worden vanuit de lies, vanuit de elleboogsplooi of pols of onder een van de sleutelbeenderen, via een opening in een van de bloedvaten, dunne draden (elektrodekatheters) naar het hart opgeschoven. De patiënt wordt met röntgenstraling doorgelicht, zodat op een monitor zichtbaar wordt of de katheters op de goede plek liggen. Als de katheters op verschillende plaatsen in het hart zijn gelegd, worden via de computer impulsen naar het hart gestuurd. Met deze impulsen probeert men de ritmestoornis op te wekken. Soms gebruikt men naast de elektrische impulsen ook medicijnen die kunnen helpen bij het opwekken van de ritmestoornis. De patiënt kan soms voelen dat het hart op hol slaat.

Het elektrofysiologisch onderzoek wordt uitgevoerd door speciaal opgeleide cardiologen, ook wel elektrofysiologen of ritmologen genoemd. Het onderzoek kan een tot vijf uur in beslag nemen.

Als er een ritmestoornis is gevonden, zijn er voor het vervolg doorgaans drie mogelijkheden:

Behandeling met medicijnen
In bepaalde gevallen voert men (direct) een proefbehandeling uit met een ritmeverbeterend medicijn (anti-aritmicum). Men spuit dat middel in via het infuus en wekt vervolgens opnieuw de ritmestoornis op om te kijken of het medicijn werkt.

Ablatie
Men kan besluiten om een ablatie te doen. Hierbij wordt een stukje hartweefsel weggebrand (radiofrequente katheterablatie (RFCA)) of weggevroren (cryo-ablatie) met als doel de ritmestoornis op te heffen.

Pacemaker of ICD
Het implanteren van een pacemaker  of een ICD met als doel de ritmestoornis te herstellen.