Echocardiografie is een manier om een afbeelding te maken van het hart. De bloedstroom in het hart wordt vastgelegd met behulp van een Dopplertechniek. Bij echocardiografie maakt men gebruik van ultrageluid.

De golven worden uitgezonden door een zender (transducer genaamd) die geplaatst wordt op de huid van de borst. Deze zender is tegelijk ook de ontvanger van de golven die teruggekaatst worden. De ontvangen golven worden omgezet in een signaal dat naar een computer wordt geleid die uit alle echo's een beeld samenstelt. Zo wordt een bewegend beeld verkregen op een televisiescherm. Het beeld (echocardiogram) wordt opgeslagen op een videoband, zodat het later opnieuw kan worden bekeken.

Dopplertechniek
Het bloed bevat ontelbare bloedlichaampjes die geluidsgolven kunnen terugkaatsen. Afhankelijk van de stroomsnelheid van het bloed wordt er een hoger of lager geluid weergegeven. Het Dopplersignaal is hoorbaar als een repeterend fluitend geluid. De computer geeft het resultaat als kleurige vlammetjes weer in het echobeeld.

Een echodoppleronderzoek wordt onder meer toegepast bij een hartinfarct en bij hartruis.

Een hartinfarct
Het onderzoek geeft informatie over de plaats en de grootte van het hartinfarct. Ook de vorm en de bewegingen op het moment van samentrekken (systole) en ontspannen (diastole) van de hartspier kunnen op beeld worden vastgelegd.

Een hartruis
Wanneer de arts met de stethoscoop een hartruis heeft gehoord, kan de echo informatie geven over problemen bij een van de hartkleppen. Het openen en sluiten van de kleppen, de hoeveelheid bloed en de richting waarin het bloed uitstroomt (stroomsnelheid) wordt op beeld vastgelegd. Een lekkage of een vernauwing kunnen zo opgespoord worden.

Het onderzoek
De patiënt wordt gevraagd om het bovenlichaam te ontkleden en te gaan liggen op de linkerzijde op de onderzoeksbank.
De armen en benen worden met dunne draadjes verbonden met de echocardiograaf, om gelijktijdig het hartfilmpje (ECG) vast te leggen. Op de borst wordt wat gel aangebracht.
De laborant tast de borst af met de transducer. Als het beeld duidelijk is, worden enkele seconden opgenomen op de videoband. Vervolgens verplaatst men de transducer en wordt een andere kant van het hart opgenomen.

De duur van het onderzoek is ongeveer dertig minuten.

Slokdarmecho
Wanneer het uitwendig onderzoek te weinig informatie oplevert, kan in bepaalde gevallen een echocardiogram vanuit de slokdarm worden gedaan. Omdat de slokdarm direct achter het hart ligt, kan met dit onderzoek beter worden gekeken naar structuren die achterin het hart liggen. Een voordeel is ook dat er geen longweefsel tussenzit, waardoor de echo duidelijkere beelden oplevert. Voor dit onderzoek wordt de keel van de patiënt plaatselijk verdoofd, waarna deze een vingerdikke slang moet inslikken.
Een (slokdarm)echo-onderzoek duurt ongeveer een half uur.

Echocardiografie wordt gebruikt bij allerlei hartaandoeningen. Soms eenmalig, om de toestand in beeld te brengen. Bij bepaalde aandoeningen wordt deze vorm van onderzoek echter regelmatig gedaan, om de ontwikkelingen te volgen.