Pacemaker - Het hart trekt samen door een elektrische prikkel. Die prikkel ontstaat in een centrum in de rechterboezem: de sinusknoop. Vanuit de sinusknoop verspreidt de prikkel zich over de boezems.

Tussen de boezems en de kamers zit een tweede centrum: de AV-knoop. Deze houdt de elektrische prikkel heel even vast en verspreidt hem dan bliksemsnel over de kamers. Als de elektrische prikkel verkeerd, te langzaam of te snel door het hart loopt, ontstaat een ritmestoornis.
Als het hart te langzaam klopt, spreken we van bradycardie en als het te snel klopt van tachycardie. (Zie ook: Hoe werkt het hart) Er bestaan tal van ritmestoornissen die op allerlei manieren van elkaar verschillen. De meeste ritmestoornissen zijn goed te behandelen. Soms zijn ze onschuldig en hoeven niet te worden behandeld, maar het kan ook voorkomen dat ze erg hinderlijk of zelfs levensbedreigend zijn.

Pacemaker
Een pacemaker is een elektronisch apparaatje met een chip en een batterij ter grootte van een luciferdoosje dat in het lichaam van de patiënt wordt geïmplanteerd. Uit het apparaatje komen twee of drie elektrodedraden. Er is een sensor ingebouwd die het hartritme bewaakt (de detectiefunctie). Als het ritme te laag is, dan geeft de pacemaker stroomstootjes af om het goede ritme te herstellen (de stimuleringsfunctie). De sensoren van tegenwoordig kunnen ook onderscheid maken tussen perioden dat iemand zich inspant en in rust is (de rateresponsefunctie). Als de kamers niet gelijktijdig samentrekken kan dit hersteld worden met de cardiale resynchronisatiefunctie.
Het Nederlandse woord voor een pacemaker is gangmaker.

Toepassing
Er zijn globaal vier verschillende soorten pacemakers.

AAI-pacemaker
Deze pacemaker stimuleert het samentrekken van de boezems wanneer de sinusknoop niet goed werkt (sick-sinus-syndroom).

VVI-pacemaker
Deze pacemaker stimuleert het samentrekken van de kamers. Deze pacemaker wordt vaak gebruikt bij patiënten met boezemfibrilleren.

DDD-pacemaker
Deze pacemaker stimuleert zowel de boezems als de kamers tot samentrekken. Deze pacemaker is geschikt voor patiënten met een AV-blok of patiënten met zowel een AV-blok als een sick-sinus-syndroom.

Cardiac Resynchronization Therapy (CRT)-pacemaker
Deze pacemaker zorgt ervoor dat bij patiënten met hartfalen de twee kamers weer tegelijk samentrekken.

Implantatie
De pacemaker wordt onder de huid boven de rechter- of linkerborstspier geïmplanteerd. Dit gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving. De arts maakt een klein zakje onder de huid (pocket) waarin het apparaatje (pulsgenerator) wordt geplaatst. Via de sleutelbeenader en de grote holle ader schuift men de elektrode(n) naar het hart. De elektrode haakt vast aan de binnenzijde van de hartwand met weerhaakjes of een soort kurkentrekkertje. Wanneer de chirurg ervoor kiest de elektrode(n) op het hart vast te maken, gebeurt dat met een openhartoperatie.
Na afloop controleert de arts of de pacemaker goed werkt en pas dan wordt de pocket met hechtdraad gesloten. Voor de ingreep is een ziekenhuisopname van enkele dagen noodzakelijk.