Aortaklep vervangen

Wat is een aortaklepvervanging via een katheter?
De enige effectieve langetermijnbehandeling voor een vernauwing van de aortaklep (aortaklepstenose) is een aortaklepvervanging: de aangetaste hartklep wordt vervangen door een normaal werkende hartklep.

De klepvervanging kan chirurgisch uitgevoerd worden via een openhartoperatie, als uw algemene toestand dit toelaat. Als het operatieve risico te hoog is, stelt uw arts een niet-chirurgische klepvervanging voor via een katheter (een buisje) door de huid.

Een aortaklepvervanging via een katheter wordt ook TAVI genoemd. Een kunstklep, bevestigd in een metalen buisje, wordt ingebracht via een katheter (buisje) en ter hoogte van de aangetaste aortaklep ingeplant. De katheter wordt bij voorkeur ingebracht via een slagader in de lies, anders via een slagader onder het sleutelbeen of via één van de halsslagaders.

Hoe bereid ik mij voor?
U wordt 1 tot 3 dagen vóór de ingreep opgenomen in het ziekenhuis, in het weekend voorafgaand aan de ingreep. U kunt het ziekenhuis meestal 5 à 7 dagen na de ingreep verlaten.

Het is belangrijk dat u de ochtend van de ingreep volledig nuchter bent.

Medicatie
Breng een lijst mee van al uw medicatie.
Bespreek met uw cardioloog of u medicatie moet stopzetten. In het weekend voor de ingreep mag u uw thuismedicatie niet zelf innemen.

Preoperatieve onderzoeken
U ondergaat enkele preoperatieve onderzoeken:

  • Een bloedtest
  • Een urinetest
  • Een longfunctietest
  • Een radiografie van de longen
  • Een elektrocardiogram of ECG

Hoe verloopt de aortaklepvervanging via een katheter?
U krijgt twee katheters geplaatst: één in de arm voor een infuus en één in de urineleider voor een blaassonde.

  • Er worden kleefelektroden aangebracht op de borst om het hartritme te kunnen volgen.
  • De ingreep gebeurt onder volledige verdoving.
  • Uw aangetaste aortaklep wordt vervangen door een kunstklep. Deze kunstklep is gemaakt van natuurlijk weefsel en bevat net zoals een normale aortaklep drie klepbladen. Deze klepbladen worden bevestigd aan een metalen stent (buisje).
  • De stent met daarin de biologische kunstklep wordt ingebracht in een katheter. De katheter wordt opgevoerd tot aan het hart, bij voorkeur via een slagader in uw lies, anders via een slagader onder het sleutelbeen of via één van de halsslagaders.
  • De kunstklep met stent wordt in de juiste positie in uw aangetaste aortaklep geplaatst. Dit gebeurt met behulp van röntgenbeelden.
    Zodra de juiste positie gevonden is, wordt de kunstklep op deze exacte plaats ontplooid. Uw aangetaste hartklep wordt opzij geduwd, maar niet verwijderd. De arts controleert de werking van de nieuwe hartklep. De nieuwe hartklep blijft ter plaatse voor de rest van uw leven.

Na de ingreep
Na de ingreep wordt u overgebracht naar de afdeling intensieve zorgen waar u uit narcose ontwaakt. Daar verblijft u 24 tot 48 uur. Daarna wordt u overgebracht naar de coronary care unit (C2). U krijgt medicatie voor herstel en pijnbestrijding. Een monitor volgt uw hartritme en bloeddruk.

Voor en tijdens de ingreep krijgt u verschillende katheters (buisjes) geplaatst in het lichaam die plaatselijk ongemak kunnen veroorzaken. Deze katheters kunnen na de ingreep nog enkele uren tot dagen ter plaatse blijven:

  • Via een infuus in de arm wordt verdoving toegediend door de anesthesist.
  • Via een buisje in de slokdarm wordt een echografie genomen om de nieuwe hartklep te bekijken.
  • De katheter in de lies wordt verwijderd na de ingreep.
  • Via een katheter in de hals wordt medicatie en vocht toegediend. In deze katheter zit ook een electrode (draad) die verbonden is met een uitwendige pacemaker om uw hartslag te verhogen indien nodig.
  • De katheter in de urineleider voor de blaassonde blijft minstens tot een dag na de ingreep ter plaatse.
  • Het beademingsbuisje in de luchtpijp wordt bij de meeste patiënten verwijderd voordat zij het cathlab verlaten.

Nazorg

  • Zorg ervoor dat iemand u naar huis kan brengen na de ingreep. U kunt de eerste vier weken na de ingreep niet zelf met de auto rijden.
  • Er zal zich een blauwe plek vormen op de plek waar de katheter werd ingebracht. Het is belangrijk om de wondomgeving droog te houden tijdens het douchen. De hechting mag een tiental dagen na de klepvervanging verwijderd worden. Dit kan uw huisarts doen.
  • Breng uw tandarts ervan op de hoogte dat uw aortaklep werd vervangen. Tijdens tandverzorging kunnen er immers bacteriën vrijkomen in uw bloedbaan die een infectie op uw nieuwe hartklep kunnen veroorzaken.
  • Bespreek met uw arts wanneer u gaat reizen met het vliegtuig. De kunstkleup zal de metaaldetector op de luchthaven niet beïnvloeden.
    Indien u nog een MRI-scan ondergaat, bespreekt dit met uw behandelend cardioloog of huisarts.

Opvolging en revalidatie
Opvolging
Wij zorgen voor een vervolgafspraak in het UZA, ongeveer 1 à 2 maanden na de ingreep. Dan controleren we de werking van de nieuwe hartklep met een echocardiogram. Daarna wordt u best halfjaarlijks cardiologisch opgevolgd. Uw behandelend cardioloog kan u terug opvolgen, tenzij uw arts anders voorstelt.

Revalidatie
Bewegen is belangrijk tijdens de herstelfase. Soms is begeleiding door een kinesist aan huis aangewezen. In uitzonderlijke gevallen is opname in een revalidatiecentrum aangewezen.

Welke risico’s houdt een aortaklepvervanging via een katheter in?
Mogelijke complicaties
Het normale hartritme kan verstoord worden. Dit herstelt zich meestal na enkele dagen. In sommige gevallen is het nodig een definitieve pacemaker (hartstimulator) te plaatsen.
Uitzonderlijk kan er een beroerte optreden, veroorzaakt door kleine kalkfragmentjes van de zieke hartklep. Gemiddeld bedraagt de kans hierop 1 à 2 %.

Risico’s
De kans om te sterven door de ingreep zelf of kort na de ingreep is ongeveer 4 à 5 %. Dit risico moet echter afgewogen worden tegen het risico van de hartziekte die u nu heeft en tegen het risico van een openhartoperatie. Uw behandelende artsen zullen dit eerlijk met u bespreken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *