Niet-aangeboren hartafwijking - De belangrijkste risicofactoren zijn hoge leeftijd, roken en een hoog cholesterolgehalte in het bloed. De meeste afwijkingen van het hart en de bloedvaten ontstaan pas op volwassen leeftijd.

We noemen dit verworven hartafwijkingen (bijvoorbeeld het hartinfarct). Daartegenover staan de aangeboren hartafwijkingen, die al bij de geboorte aanwezig zijn (bijvoorbeeld een gaatje in het hart).

Het komt voor dat aangeboren afwijkingen pas op latere leeftijd aan het licht komen en/of klachten veroorzaken. Bij de verworven hartafwijkingen is slagaderverkalking (atherosclerose) vaak de onderliggende oorzaak.

Risicofactoren verworven hartafwijkingen

De belangrijkste risicofactoren zijn hoge leeftijd, roken, een hoog cholesterolgehalte in het bloed, hoge bloeddruk, overgewicht, te weinig bewegen en diabetes mellitus ( suikerziekte ).

Hartklepafwijkingen

Een andere oorzaak voor het ontstaan van een hartafwijking op latere leeftijd is een aandoening van een hartklep. Hartkleppen blijken gevoelig te zijn voor een aantal ziekten. Acuut reuma en bacteriële infecties laten littekens op de klep achter waardoor de klep kan gaan vernauwen of lekken. Ook kunnen kleppen met het ouder worden hun soepelheid verliezen en stug en hard worden (sclerose), waardoor de klep kan gaan krimpen en er lekkage kan ontstaan. (Zie ook: Hartklepaandoening)

Hartritme- en geleidingsstoornissen

Een hartritmestoornis is een toestand waarin het hart te snel, te langzaam of onregelmatig samentrekt.

Er zijn tal van verschillende hartritmestoornissen met ieder hun eigen ontstaanswijze en oorzaak. De belangrijkste oorzaken zijn ouderdom, cardiomyopathie (ziekte van de hartspiercellen) en beschadiging van het elektrische geleidingssysteem van het hart als gevolg van een doorgemaakt hartinfarct.

Oorzaken van niet-aangeboren hartafwijkingen

Slagaderverkalking is een chronische ziekte die de slagaders (arteriën) aantast, waardoor ze vernauwd of afgesloten kunnen raken.

De binnenwand van slagaders is bekleed met een enkele laag zogenoemde endotheelcellen. In deze gladde wand kunnen kleine beschadigingen optreden. Het lichaam probeert die beschadigingen te herstellen en tijdens dit proces klonteren witte bloedcellen en bloedplaatjes samen op de beschadigde plaats. Andere stoffen uit het bloed, bijvoorbeeld cholesterol, blijven hieraan kleven. Er ontstaat dan een brijachtige massa, waarop zich onder andere ook kalk kan afzetten. Deze massa wordt weer met een laagje endotheelcellen afgedekt, waarna een verdikking in het bloedvat is ontstaan (plaque).

Deze verdikkingen maken dat de slagaders steeds nauwer worden. Het gevolg hiervan is dat de bloedtoevoer naar organen of lichaamsdelen tekortschiet. Door de verminderde aanvoer van zuurstof functioneren zij slechter. Dit kan geleidelijk gaan, maar kan ook ineens optreden. Dit laatste is het geval wanneer een slagader plotseling verstopt raakt door een stolsel. Het achterliggende weefsel krijgt dan geen bloed meer waardoor het kan afsterven. Als dat bij het hart het geval is, dan spreken we over een hartinfarct.

Het proces van slagaderverkalking komt al vroeg op gang (na het twintigste levensjaar), maar gaat zo geleidelijk dat het pas na tientallen jaren klachten kan geven. De snelheid waarmee slagaderverkalking zich als ziekte openbaart, hangt af van het natuurlijke verouderingsproces van het lichaam en van de aanwezigheid van risicofactoren.